Bewoners en bedrijven voor zover bekend.   index
1868
Maurits Herman Binger wordt geboren op 5 april 1868 te Haarlem, als tweede zoon van de fotograaf en drukker
Charles Binger. Getuigen bij de aangifte van Maurits' geboorte zijn de beide grootvaders, Marius Hijman Binger en
Ozer David Emrik.

1896
Maurits is sinds 1 januari officieel medefirmant van de drukkerij, samen met de zoons van David Emrik, Orest David
en Herman David. Hij woont op de Zijlweg 55 te Haarlem.

Op 18 februari trouwt hij met Bettina Cantor (geb. 8 oktober 1875 te Amsterdam).

Maurits is in 1896 secretaris van de regelingscommissie en jurylid van de Internationale Tentoonstelling ter
bevordering der fotografie en aanverwante vakken te Haarlem.

1897
Maurits staat vanaf 9 februari ingeschreven op het adres Nieuwe Gracht 57 in Haarlem.

Op een vergadering van de AFV te Amsterdam op 17 november houdt Maurits Binger een lezing over diverse
drukprocédés.  

1903
Op 23 september wordt dochter Nanette Marie geboren. Als kleuter figureert zij veelvuldig op foto's van haar vader.

Als bestuurslid is Maurits vele jaren actief geweest voor de Vereeniging Koninginnedag. In 1903 zendt hij voor het
herinneringsalbum van de vereniging enkele foto's in: opnamen van wagens uit het bloemencorso, geplakt op
'terracotta' opzetkartons.
(Soms ging Maurits Binger als een rechtgeaarde amateurfotograaf, met de camera op stap. Hij registreerde zo met
name de feestelijkheden in Haarlem. In 1903 schonk hij foto's van rijtuigen uit het bloemencorso aan de gemeente
Haarlem. Drie jaar later deed hij maskeradeportretten van de ridderfeesten cadeau, die georganiseerd waren door
het Wilhelminacomité waarvan hij bestuurslid was. Noch met dit onderwerp, noch met de frontale, onopgesmukte
stijl van deze opnamen, stond Binger alleen. Andere fotografen die in deze jaren na de eeuwwisseling de
Haarlemse burgers in maskeradekostuum portretteerden, waren bijvoorbeeld Piet Clausing en G.A. Vernout.
Enkele decennia eerder had zijn vader Charles Binger al maskeradeportretjes gemaakt.)

1906
Hij bezoekt St. Petersburg in Rusland.

1910
Bingers interesse voor de film groeit. Naast zijn buitenlandse reizen en vermoedelijke contacten met de filmer
Edren zullen de berichten in Lux over het nieuwe medium hem er zeker mee bekend hebben gemaakt. Een oproep
in de krant door Charles Boissevain, hoofdredacteur van De Gids en directeur van het Algemeen Handelsblad, om
net als in het buitenland film ten dienste van het onderwijs te initiëren, versterkt Bingers interesse. Zijn voorstel
aan de minister van onderwijs om met behulp van subsidie deze oproep te ondersteunen, vindt echter geen
gehoor.

1912
Binger richt samen met Daniel de Clercq op 18 mei twee maatschappijen op: de NV Maatschappij voor
Wetenschappelijke Cinematografie en de NV Maatschappij voor Artistieke Cinematografie.

Omstreeks deze tijd moet Binger tussen de kantoortijden op de drukkerij door al meerdere filmpjes hebben
geproduceerd. De levende ladder is de eerste bekende grote speelfilm die Binger in november produceert en
regisseert. De film gaat begin 1913 rouleren.

1913
De Maatschappij voor Wetenschappelijke en Artistieke Cinematographie, filmfabriek Hollandia ontstaat op 10 juni
door samenvoeging van de twee bovengenoemde maatschappijen. Het herenhuis Spaarne 57 wordt omgebouwd
tot filmstudio, met een glazen atelier in de tuin. Vanaf het Spaarne rijden vanaf dit jaar de filmploegen aangekleed
en wel door de stad om op locatie te filmen, waardoor Binger en zijn filmfabriek regelmatig in de Haarlemse pers
figureren. 1913 is het beginjaar van een continue productie zwijgende films, bedoeld voor de internationale markt.

1914
Op 16 juni wordt de naam van de filmmaatschappij veranderd in de NV Filmfabriek Hollandia. Binger heeft de
algemene leiding. De filmfabriek draait in de oorlogsjaren door.

Onder regie van Louis Crispijn worden succesvolle films opgenomen, die na de oorlog aan het buitenland worden
verkocht. De eerste bewaard gebleven films zijn Twee Zeeuwsche meisjes in Zandvoort en Weergevonden, met
rollen van de in dit jaar gecontracteerde Annie Bos.

Emrik & Binger verspreidt prentbriefkaarten ten behoeve van de Nederlandse soldaten die gemobiliseerd zijn.

1915
Binger neemt de regie over van Chrispijn, waardoor hij voortaan de verantwoordelijkheid draagt voor de
belangrijkste Hollandia producties.

1917
Uit zakelijke (financiële) overwegingen roept Binger een tweede filmmaatschappij in het leven: De NV Maatschappij
tot Exploitatie van Witte Films. Deze onderneming heeft als officieel doel de productie en distributie van moreel
verantwoorde films voor het onderwijs. Deze maatschappij vestigt zich op het Hollandia adres Spaarne 57.
Tegelijkertijd sticht Binger de Nederlandsche Vereeniging tot veredeling van de cinematographie, die de morele
waarden van films moet toetsen. De officiële filmkeuring zou pas in 1926 in een bioscoopwet worden geregeld.

1918
Hollandia maakt de film Oorlog en vrede, een antioorlogsfilm in drie delen, door Binger geregisseerd.

1919

(Na de Eerste Wereldoorlog maakte Binger vaak films met de voormalige Britse architect Bernard Edwin
Doxat-Pratt. Doxat-Pratt had tijdens de oorlog bij de Britse luchtmacht gediend en maakte in 1919 zijn regiedebuut
met de Engels-Nederlandse film Zonnetje, gevolgd in 1920 door rolprenten als De Heldendaad van Peter Wells,
De Vrouw van de Minister en Zuster Brown. De Nederlandse pers was niet te spreken over de films, die onder de
noemer Anglo-Hollandia werden uitgebracht. Volgens de critici hadden de films hun hollandse karakter verloren.
Doxat-Pratt kreeg steeds meer macht in de studio en nam langzaam de zaak over van Binger. De meeste acteurs,
die jarenlang voor Binger hadden gewerkt werden genadeloos ontslagen, zelfs Annie Bos werd te oud bevonden
om zich nog langer met het acteervak bezig te houden. In juni 1920 kwam er een contract tot stand met Granger's
Exclusives Ltd. De filmstudio heette vanaf dat moment Granger-Binger. Binger probeerde om de Hollandse sfeer in
zijn films nieuw leven in te blazen maar het leek al te laat te zijn voor de filmpionier.)
Minder rooskleurige perspectieven voor Hollandia leiden tot afsplitsing van een groepje werknemers, die verder
gaan als Polygoon. Hollandia concentreert zich hierna op speelfilms.

De Engelsman B.E. Doxat-Pratt komt in augustus naar Haarlem om samen met Binger te regisseren. Deze
gezamenlijke producties worden Anglo-Hollandiafilms genoemd.

1920
Bingers alleenheerschappij over Hollandia brokkelt nog verder af door de zogenaamde Granger-Binger producties
in samenwerking met de Engelse Granger executives Ltd..

1922
Rond kerst wordt Binger ernstig ziek. Na aan zijn medewerkster Elsie Cohen de leiding van Hollandia Film te
hebben overgedragen verlaat hij Haarlem, om in Würzburg te kuren. Hij wordt geopereerd in Heidelberg.
(In het najaar van 1922 werd er borstkanker bij Binger geconstateerd. Hij stierf op 9 april 1923. Er ging nog een
gerucht dat de Engelse journaliste Elsie Cohen het bedrijf door zou gaan zetten maar daar waren de bankiers die
Hollandia financierden het niet mee eens. Op 14 augustus 1923 ging Hollandia Failliet.)

1923
Op 9 april sterft Binger te Wiesbaden, vijfenvijftig jaar oud geworden. Aan het eind van het jaar gaat Filmfabriek
Hollandia failliet.
Filmproducent en regisseur Jules
Stoop kwam uit een Haarlemse
fabrikantenfamilie. In 1913 volgde hij
Jan Holtrop op als directeur van
Filmfabriek Hollandia. In 1917 werd hij
tevens benoemd tot directeur van de
pas opgerichte Nederlandsche
Maatschappij tot Exploitatie van Witte
Films, een zustermaatschappij van
Hollandia.
Stoops eerste regie was de
Hollandia-film Steenkolenmijnen in
Limburg. Hollandia was intussen in
financiële moeilijkheden gekomen en
eigenaar Maurits H. Binger zocht
samenwerking met de Britse
distributeur Harry R. Smith. Dit leidde
tot een samenwerking onder de naam
Anglo-Hollandia-film.
In dezelfde periode wilde Stoop zich uit
Hollandia terugtrekken en een eigen
maatschappij oprichten. Hij kwam in
contact met de gebroeders I.A. en B.D.
Ochse en tezamen richtten zij
Filmfabriek Polygoon op. Met een deel
van de klanten en inventaris van
Hollandia begon het Haarlemse bedrijf
eind 1919 met de werkzaamheden.
Stoop werd de nieuwe directeur. Het
kwam echter al snel tot strubbelingen
tussen Stoop en de andere grote man
van Polygoon, B.D. Ochse.
In 1923 trok Stoop zijn conclusies en
vertrok bij Polygoon. Hij ging naar
Duitsland en later naar Zwitserland. In
Montreux opende hij een bedrijfje voor
de productie van ansichtkaarten. Na
zijn dood in 1942 werd dit bedrijfje nog
een aantal jaren door zijn zoons
voortgezet.
20 mei 1907 koninginnedag
Bettina Cantor getrouwd 18 02 1896
geb. 08 10 1875 te Amsterdam
23  09 1903 dochter Nanette Marie
https://www.vvltheaterteksten.nl/site/play/download_pdf/958
"Hollywood aan het Spaarne" een muzikale komi-tragedie van René
Retèl 2005
De Kampioen
01 01 1909
Sterfgevallen 1887
4 te Amsterdam. Marinus Zeewoldt,
geb. te Rotterdam,
oud 46 jaar, zoon van J. J. Zeewoldt en
van M . A.
Montauban van Zwijndrecht
De Nederlandsche Leeuw jaargang 6
1888
Overledene
Maria Adriana Montauban van
Swijndregt
Geboorteplaats
Rotterdam
Geslacht
Vrouw
Leeftijd
78
Vader
Hubertus Montauban van Swijndregt
Moeder
Maria Jacoba Smits
Weduwe
Jacob Justus Zeewoldt
Gebeurtenis
Overlijden
Datum
31-03-1894
Gebeurtenisplaats
Haarlem
Bruidegom
Jacob Justus Zeewoldt
Geboorteplaats
Rotterdam
Leeftijd
40
Bruid
Eliza Ann Hulleij
Geboorteplaats
Sedgley (Engeland)
Leeftijd
25
Vader van de bruidegom
Jacob Justus Zeewoldt
Moeder van de bruidegom
Maria Adriana Montauban van
Swijndregt
Vader van de bruid
John Hulleij
Beroep
werktuigkundige
Moeder van de bruid
Eliza Sloman
Gebeurtenis
Huwelijk
Datum
21-07-1892
Gebeurtenisplaats
Amsterdam